Zestien zaken die u maar beter weet als u een opiniemaker wilt zijn

Zestien zaken die u maar beter weet als u een opiniemaker wilt zijn

De Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en uitgeverij Lannoo hielden onlangs een debat over ‘opiniemakers in het nieuws’. Voor u distilleerden we een lijstje met zestien zaken –het hoeven er niet altijd zeven of twaalf te zijn– die u maar beter weet als u een opiniemaker wilt worden en blijven.

Met dank aan de ervaringsdeskundigen die aan het debat deelnamen: Bart Sturtewagen (opiniërend hoofdredacteur van De Standaard) en Marc Van de Looverbosch (Wetstraatjournalist bij de VRT) aan journalistenzijde, en Carl Devos (politicoloog aan de Universiteit Gent) en Jan Denys (arbeidsmarktdeskundige in dienst van Randstad) aan opiniemakerzijde.

Zestien zaken die u dus maar beter weet als u wilt dat journalisten uw mening vragen:

  1. U wordt vooral niet om uw mening gevraagd, hou daar rekening mee. Journalisten bellen u eerst en vooral voor uw expertise. “Leg eens kort, nu meteen graag, op een verstaanbare manier uit wat er gebeurd is, wat er aan het gebeuren is of wat er zal gebeuren. Waarom gebeurt het? Wat is er aan de hand? Wat kunnen we erover denken?” U kunt helder vertellen wat de betekenis is van iets wat gebeurd is. U kunt de samenhang met andere gebeurtenissen schetsen. U bent in staat om de oorzaken en gevolgen van een nieuwsfeit op te sommen. Het moet juist en liefst ook nog interessant zijn.
  2. U zal ook meer als onafhankelijk expert moeten spreken dan als verdediger van de belangen van uw bedrijf of organisatie. Jan Denys spreekt in acht van de tien gevallen als arbeidsmarktexpert en niet als woordvoerder van Randstad, zegt hij.
  3. In veel gevallen zal u niet met naam en toenaam vermeld worden wanneer u tijd heeft vrijgemaakt om met handen en voeten iets uit te leggen. Leer ermee te leven dat de journalist de door uw verschafte informatie gebruikt, maar u niet vermeldt als bron.
  4. Weet dat u meer dan eens verkeerd geciteerd zult worden of dat u zult vinden dat de journalist er een potje van heeft gemaakt. Carl Devos liet verstaan dat hij van sommige journalisten geen idee heeft wat ze de dag nadien zullen publiceren. De enen kunnen de geest van een gesprek gebald en correct geven, anderen slagen daar minder in.
  5. Wees u bewust dat u soms gebruikt wordt. U kunt al eens gebeld worden door een journalist die zelf een uitgesproken mening heeft en opiniërend wil zijn. Hij weet alvorens hij u belt wat hij zal schrijven. Hij heeft alleen nog een expert nodig om zijn mening te verkondigen. Als u er niet in meegaat, leest u de volgende dag misschien citaten van een collega die wel het standpunt van de journalist deelde. Journalisten weten welke expert ze voor welke mening kunnen bellen, en welke deskundige ze moeten bellen voor een tegenovergestelde opinie.
  6. Besef dat collega’s of mensen met een vergelijkbare positie bij andere bedrijven en organisaties jaloers op u zullen zijn en alles wat u zegt als een bewijs zullen zien voor de “gekleurde” of “vooringenomen” mening die ze aan u toeschrijven. U moet tegen een stootje kunnen, zowel van mensen in uw branche als van “une petite phrase qui tue” van een journalist. Als u iemands belangen heeft geschaad, mag u tegenwind verwachten.
  7. U moet in feite altijd en onmiddellijk bereikbaar zijn. Als een journalist u belt of mailt, wil hij vaak direct de deskundige uitleg of onderbouwde mening die hij nu nodig heeft. Ook journalisten zijn niet altijd meester-planners en kunnen door de aard van hun werk meestal ook niet even wachten tot morgen om u te horen. Als u niet meteen reageert, belt hij wel een andere expert op zijn lijstje. Er zijn veel mensen die in de media willen komen.
  8. Opinievormers worden veeleer gevraagd dan dat ze zichzelf kunnen aanbieden of opdringen. Jan Denys of Carl Devos hadden vooraf geen masterplan om opiniemaker te worden. Ze zijn erin gerold. U kunt starten met opiniestukken. U moet het als opiniemaker ook altijd goed doen, want dan wordt u een volgende keer weer gevraagd.
  9. U heeft geen leven meer. Dat is wat overdreven, maar toch. Expert en opiniemaker zijn vergt veel tijd, ook vrije tijd. U kunt niet alle uitnodigingen voor debatten afslaan of journalisten de helft van de keren niet te woord staan als ze u nodig hebben. Maak klare afspraken met het thuisfront over uw uithuizigheid.
  10. U heeft wellicht niet die indruk – “is er nu geen enkele andere kerkkenner dan Rik Torfs?” –, maar journalisten zijn altijd op zoek naar nieuwe deskundigen en opiniemakers die het nog beter kunnen uitleggen dan u. U zorgt dus maar beter dat u zich onderscheidt van anderen.
  11. U weet beter meer over het gespreksonderwerp dan de journalist. Volgens socioloog en voormalig academisch onderzoeker Jan Denys moet je tienduizend uur intensief bezig geweest zijn met een onderwerp alvorens je er een expert in bent. Pas na zich vijftien jaar voltijds toegelegd te hebben op de arbeidsmarkt, kon hij zich vanaf zijn veertigste een expert noemen.
  12. Een deel van uw tijd bent u bezig met het ABC van een kwestie uit te leggen aan een beginnend journalist of een redacteur die door tijds- en werkdruk weinig van een onderwerp af weet. Die investering is er soms een op korte termijn, want ook in de pers veranderen mensen van werkgever of gaan ze andere onderwerpen volgen.
  13. U dient niet alleen goed te kunnen spreken, maar moet ook prima schrijven. Bent u in staat om binnen de twee uur een goed opiniestuk naar de krant te mailen waarop een minimum aan eindredactie nodig is? Kunt u voor een lange termijn en met een vaste regelmaat een column leveren die een meerwaarde blijft hebben voor een medium?
  14. Voor columns met een vaste regelmaat krijgt u een kleine bijdrage, maar voor uw interviews en opiniestukken niet. Voor het geld hoeft u het dus niet te doen.
  15. Tegenwoordig moet je als opiniemaker ook op Twitter zitten, maar denk na over de tweets die u stuurt.
  16. U moet weten waarom u het allemaal doet. Jan Denys bijvoorbeeld vindt dat onze arbeidsmarkt niet goed werkt. Hij zegt te kunnen onderbouwen wat er dient te veranderen en waarom dat moet. Hij wil wegen op het debat. Universiteiten stellen het op prijs dat hun professoren publiceren en als autoriteit beschouwd worden. Maar laat u niet opjagen, want de recente feiten van wetenschapsfraude tonen aan dat je snel van je voetstuk kunt vallen als je je niet houdt aan een deugdelijke these, onderbouwing en conclusie.

Het start met content...

Allemaal heel mooi wat contentmarketing belooft, maar hoe begint u eraan? Hoe zorgt u ervoor dat u content kan omtoveren in leads? Zou het echt zo makkelijk zijn? Met deze gratis whitepaper zetten we u op weg. U krijgt twintig pagina's met ideeën, een checklist en een plan.

We houden rekening met uw privacy. Om uw aanvraag op te volgen, worden uw gegevens opgeslagen in onze CRM-software. Zonder uw akkoord voegen we u echter niet toe aan onze verzendlijst voor direct marketing per e-mail. Meer informatie over wat we met uw gegevens doen, staat in onze privacyverklaring.

todo