2.800 klanten

Hoe ervaren Belgische journalisten de aanpak van pr-verantwoordelijken? Worden ze wel op de juiste manieren benaderd? Wat vinden ze handig, wat stoort hen, wat kan beter? En hoe populair zijn social media (blogs, Twitter, Facebook en dergelijke) eigenlijk bij journalisten? Uit onze dagelijkse contacten met de pers kunnen we weliswaar een en ander afleiden, maar het kon volgens ons geen kwaad om het eens rechtuit te vragen.

Begin deze zomer hebben we daarom een grootschalige enquête gehouden rond deze onderwerpen. Naar 1.120 geverifieerde en ontdubbelde e-mailadressen van Belgische beroepsjournalisten stuurden we een uitnodiging om deze vragen te beantwoorden, en daarvan hebben er 217 deelgenomen, net geen 20% respons.

 

Op basis van ons onderzoek hebben we twee persberichten opgesteld, omdat er twee duidelijke conclusies naar voren kwamen. Je kunt ze downloaden via de links onderaan dit bericht, waar je ook de link vindt naar een whitepaper voor wie het onderzoek in detail wil bestuderen. Contacteer ons overigens gerust als je de integrale gegevens wilt inkijken.

 

1. Journalisten hebben lak aan de uniforme aanpak waarmee ze nog te vaak worden geconfronteerd.

Als pr-bureau moet je – zoals elk bedrijf – altijd de behoeften van je klant centraal plaatsen, maar eigenlijk moet je journalisten op dezelfde manier bekijken. Vandaar dat wij al eens beweren dat we 2.800 klanten hebben (het aantal beroepsjournalisten in België). De resultaten van onze enquête laten echter vermoeden dat niet elke pr-verantwoordelijke onze mening deelt. Enkele opvallende cijfers:

 

  • Zes op de tien journalisten vindt dat ze te weinig exclusieve informatie krijgen.
  • Zowat één op drie journalisten beweert dagelijks of bijna dagelijks contact te hebben met een pr-medewerker die niet goed weet welke onderwerpen de journalist of zijn publicatie doorgaans verslaat.
  • Meer dan de helft (56%) heeft het gevoel dat persberichten louter worden geschreven met commerciële doelstellingen voor ogen (en dus geen noemenswaardig nieuws bevatten).
  • Meer dan de helft van de respondenten schrijft maximaal tien artikels per maand op basis van een persbericht. Terwijl de gemiddelde journalist naar schatting 200 persberichten per maand in zijn mailbox vindt.

2. De gemiddelde Belgische journalist loopt niet bepaald warm voor social media

Er zijn uitzonderingen, natuurlijk – zeker in de IT-pers, waar we gezien de aard van onze klanten heel vaak contact mee hebben – maar in het algemeen zijn journalisten geen fervente bloggers, twitteraars of Facebook-gebruikers. Enkele cijfers:

 

  • 38% van de Belgische journalisten is niet terug te vinden op Facebook.
  • Circa 9% gebruikt Twitter voor beroepsdoeleinden.
  • Ruim de helft (57,1%) gebruikt nooit RSS-feeds.
  • Bijna de helft (46,2%) bezoekt nooit blogs die verbonden zijn met de bedrijven waar ze over schrijven. 

De meest Belgische journalisten zijn dus niet overtuigd van de voordelen die social media hen te bieden hebben voor hun beroepsbezigheden. Misschien kan deze uiteenzetting over het gebruik van Twitter voor pr hen inspireren? En vormen deze vier tips om Facebook te gebruiken als nieuwsbron en als nieuwskanaal een goed vertrekpunt om ook dat fenomeen eens van nabij te bekijken?

 

Wie nog tips heeft, mag die uiteraard altijd kwijt in de commentaren.

 

 




geschreven door Frank De Graeve op 10-11-09

Tags: pers, pr, onderzoek,

terug



Reacties

Interessante statistieken, Frank. Ik denk dat je daar twee mogelijke conclusies uit kan trekken:

Ofwel moeten wij (high-tech bedrijven die willen communiceren, samen met communicatie-bureaus) alle journalisten met stokslagen dwingen om ons te volgen in de sociale media. Dat zal veel moeite kosten en is niet sympathiek tegenover de journalisten.

Ofwel volgen we de weg van de minste weerstand: zelf de moderne media ten volle gebruiken met als mogelijk gevolg dat de “mainstream media” snel overbodig worden (ook niet sympathiek tegenover journalisten, maar wel minder pijnlijk).

De persberichten die ik met Sigasi heb uitgestuurd leren ons dat de impact van een publicatie in EE-Times (het bekendste on-line en off-line vakblad in onze sector) kleiner is dan het plaatsen van een bericht op LinkedIn.

Ik moet wel opmerken dat een kleine groep journalisten zeer actief is op Twitter, LinkedIn, en dergelijke netwerken” “De journalist is dood, leve de journalist!”


Geschreven door Philippe Faes op 11/13 om 11:51 AM



Frank, knap werk en duidelijk geformuleerde conclusies!

Ikzelf onthou alvast twee zaken:
a) Droge, zakelijke persberichten raken kant noch wal. Toch durven bedrijven niet uit zichzelf te breken, te breken met een vastgeroeste gewoonte. Zo kregen we al meermaals van een van onze klanten opmerkingen over onze ‘losse’ (lees: natuurlijke, persoonlijke) schrijfstijl in de persberichten. “De perslui zijn dat niet gewoon.” Pardon? Integendeel, ze zitten te wachten op een bericht dat uit het rijtje springt!

b) Een grote troost voor vele bedrijven: ze zijn niet alleen in hun achterstand in sociale media! grin


Geschreven door Laurens Van den Wijngaert op 11/13 om 02:20 PM



Het is heel moeilijk om journalisten die dagelijks tegen deadlines vechten tijd te doen maken voor de nieuwe communicatiekanalen zoals twitter/facebook/skype,... 5 jaar bij De Morgen maakte me dit wel duidelijk. Vreemd genoeg schieten de blogs en twitter account daar sinds (misschien zelfs een beetje ervoor) de crisisperiode zowat als paddestoelen uit de grond. Zie o.a. ook het nieuwe journalistieke platform “De Werktitel”: http://www.werktitel.be/

Helaas denk ik dat bovenstaande stats voor het overgrote deel inderdaad de harde realiteit weerspiegelen: het zal hun worst wezen. Laat ons hopen dat die enkelingen die er wel interesse voor hebben de ruimte en tijd krijgen om hun collega’s kennis te laten maken met de functionaliteit.


Geschreven door Frank De Graeve (andere) op 11/13 om 02:38 PM






Plaats een reactie

Naam:
E-mail:
 
 

Onthoud mijn gegevens